Back to top

Bouwen aan gezondere steden

Stadslandbouw

Klimaatverandering en obesitas: beide crises zijn een gevolg van de westerse leefstijl. De wereldbevolking vestigt zich bovendien steeds meer in steden, steeds verder weg van de voedselproductie. Stadslandbouw wil die trend omkeren en stedelingen terug in contact brengen met de productie van groenten en fruit. Een ogenschijnlijk bizarre strategie, die wel een oplossing biedt voor de ecologie- en gezondheidscrisis.

Stadslandbouw klinkt in onze oren als een oxymoron. Dat komt omdat wij een duidelijk onderscheid maken tussen stad en platteland, tussen woongebied en agrarisch gebied. Die tegenstelling is echter aan het vervagen, zeker als je het globale plaatje in acht neemt. De landbouworganisatie van de Verenigde Naties, FAO, heeft zelfs een rapport besteed aan stadslandbouw, ‘Food, Agriculture and Cities’.1 Steeds meer mensen gaan in steden wonen, tegen 2050 leeft naar schatting 70 % van de wereldbevolking in verstedelijkt gebied. Willen we die mensen voeden, dan is een uitgebreide infrastructuur nodig, denk aan transport, dat vervuilend is en files veroorzaakt.

Plattelandsbewoners hebben gemakkelijk toegang tot voedsel en kunnen gemakkelijk zelf voedsel produceren, maar stadsmensen zijn volledig afhankelijk van de infrastructuur. Ze zijn ook afhankelijk van de sterk schommelende voedselprijzen die door het huidige economische bestel toegelaten worden. Stadsbewoners in Afrikaanse en Latijn-Amerikaanse steden zijn dus vaak verplicht om te gaan boeren om zichzelf van voedsel te voorzien. De toenemende voedselonzekerheid kan zich ook verspreiden naar ontwikkelde landen, zo waarschuwt het FAO-rapport.1

Wat is stadslandbouw?

Elke vorm van voedselproductie in verstedelijkte gebieden valt onder stadslandbouw: stads-, school-, balkon-, dak-, volks- of gemeenschapstuinen, teelt in parken, moestuinenbakken op straat, perken op braakliggende terreinen, op bermen langs rivieren en – weliswaar verre van ideaal – langs wegen. Tot stadslandbouw kunnen ook de boeren gerekend worden die in de directe invloedssfeer een stad werken: zij leveren rechtstreeks aan stedelingen of laten de oogst aan hen over (zelfplukboerderijen).

Stadslandbouw produceert in sommige steden van de wereld substantiële hoeveelheden voedsel. Bij ons is dit alles een kleinschalig gebeuren geworden. Bedenk wel dat halverwege 20e eeuw de helft van de groenten in de VS uit groentetuinen kwam.2 Stadslandbouw kent echter vele voordelen, die ook voor westerse landen van toepassing zijn.

Ecologische voordelen

Elk stuk oppervlak in de stad dat niet bebouwd of geasfalteerd is, kan regenwater bufferen en de stad beschermen tegen overstroming. Planten in de stad geven huisvesting aan dieren en verhogen zo de biodiversiteit. Ze creëren groen en open ruimtes in de stad en het kunnen plekken voor recreatie vormen. Steden genereren ook warmte en worden hitte-eilanden genoemd: bomen en parken kunnen dit effect temperen.41 Al deze aspecten gelden ook voor parken, groendaken of elk perkje met onkruid dat in de stad groeit.

Voedsel kweken vlakbij je woonplaats betekent dat op transport, fossiele brandstoffen en verpakking bespaard kan worden. Voedselverspilling kan ook gemakkelijker tegen gegaan worden. Groente-, fruit- en tuinafval kan omgezet worden naar compost, dat lokaal gebruikt kan worden als bodemverbeteraar.

Groen is gezond!

Aanwezigheid van open en groene ruimtes bevordert de gezondheid van inwoners. Stedelingen hebben 38 % meer kans om een mentale aandoening te ontwikkelen, zo toont een meta-analyse van Arkin (Amsterdam).2 Het percentage aan groen in de omgeving van je woonplaats staat in relatie met je gezondheid, dat blijkt ook uit onderzoek uit Nederland.3 Misschien moeten we groen vitamine G gaan noemen?4 We weten nog niet precies waarom groene ruimte gezondheid voortbrengt.5 Is het omdat mensen vaker sporten als ze een park in de buurt hebben? Zijn mensen met groen in hun buurt financieel beter aan toe? Maakt groen (natuur) gelukkig of is het grijs (gebouwen en wegen) dat ongeluk brengt?

Tuinieren is bewegen

Tuinieren houdt je in beweging. Een steekproef uit Denver vertelt dat de tuinders van volkstuintjes meer bewegen dan andere tuinders en niet-tuinders.6 Introductie van een schooltuin zet kinderen aan tot meer beweging, zo toonden onderzoekers aan bij twaalf scholen in New York.7 Taiwanese vorsers rapporteerden dat tuinieren mannen en vrouwen van 50 tot 97 jaar beschermde tegen verval in mobiliteit.8 Uit een follow-up van dezelfde cohort bleek dat dagelijks tuinieren het sterftecijfer omlaag bracht bij diegenen met een fysieke beperking.9 In dat onderzoek werd ook het verzorgen van sierplanten binnenshuis tot tuinieren gerekend, een zeer lichte vorm van beweging dus. Echter alles bij elkaar genomen, kennen we de gezondheidsvoordelen van tuinieren als bewegingsvorm niet zo goed.10

Tuinieren wordt niettemin toegepast als bewegingstherapie.11 Niet elke patiënt voelt zich even goed thuis in een gymzaal. Werken in een tuin is, in tegenstelling tot gestructureerde fitnessoefeningen, een nuttige en zinvolle activiteit. Tuinieren hoeft niet zwaar te zijn en geniet bij vele senioren de voorkeur boven fitness.12 Tuintherapie wordt ingezet bij kanker,13-14 dementie,15 schizofrenie,16 depressie,16 palliatieve zorg,17 enzovoort.

Psychologisch

Tuinieren verhoogt de mentale en spirituele gezondheid en tuinders laten zich meer tevreden uit over het leven.18-20 Uiteraard kan hetzelfde over vele andere plezierige activiteiten gezegd worden, meer onderzoek is nodig om de specifieke mentale aspecten van tuinieren te isoleren. Bijvoorbeeld, werken in de tuin verlaagt stress beter dan andere ontspannende activiteiten, zoals binnen een boek lezen (daling cortisol) en het doen van lichaamsoefeningen binnenshuis.21-22

Therapeutisch tuinieren vermindert symptomen van angst en depressie, zo blijkt uit verschillende studies. Jammer genoeg is men nog niet aan gecontroleerde studies toegekomen.23

Samen-tuinen

Volks- en gemeenschapstuinen voegen nog een extra belangrijke dimensie toe: samenzijn. Je hoeft niet per se te werken in een volkstuin om de deugden ervan te ondervinden. Gewoon ‘er zijn’ op een volkstuin verlaagt stress en verbetert welzijn, maar op een andere manier dan ‘er iets doen’.24 Je bent onder mensen, je bent even weg van huis en je vertoeft je buiten in een natuurlijke omgeving.

In tegenstelling tot thuis tuinieren biedt een volkstuin je de mogelijk om even te ontsnappen van alle alledaagse bekommernissen. De ‘doeners’ waarderen vooral de activiteit, het delen van expertise en het delen van oogst. Dat je onder mensen bent betekent nog niet dat je je niet kan afzonderen. Sommige tuinders voeren op hun eentje bepaalde taken uit of beheren een eigen perkje. Toch werken ze in sociale context.24 Volkstuintjes zijn dan ook een probaat middel tegen eenzaamheid.25

Volkstuinen worden ook geprezen omdat ze mensen met verschillende achtergrond met elkaar kunnen verbinden: het creëert ‘sociaal kapitaal’ en gemeenschapszin tussen verschillende generaties, bevolkingslagen en etnische groeperingen.25-26 Vluchtelingen waarderen tuinieren, omdat het een nuttige bezigheid is, omdat ze contact hebben met mensen en omdat ze zich kunnen engageren voor iets (‘erbij horen’).27 Vluchtelingen kunnen er gewassen telen waarmee ze vertrouwd zijn.

Het inschakelen van tuinen in parken kan ingezet worden tegen criminaliteit en geweld.28 Een voorbeeld is het Jesse Owens Park in Los Angeles, dat 20 jaar geleden geen fijne plek was om te vertoeven. Dankzij een hervorming in 2010, met betere sportinfrastructuur en tuinen, is het park terug aantrekkelijk geworden. Gewelddadige en ernstige criminele feiten daalde met 32 % sinds 2009.

Zingeving en esthetiek

Dat tuinen een materieel nut hebben, is zeker een motivatie, maar vele tuinders brengen ook spirituele aspecten te berde. Verbinding met de natuur is de meest aangehaalde: 11,29 “Het uitzicht, de geuren en kleuren, de geluiden, het wroeten in de aarde: het verbindt ons terug met onze wortels.”30 Je bouwt ook erfgoed op: onderhoud van bodem, bomen en struiken zijn projecten van lange adem, die nuttig zullen zijn voor de komende generaties.30 Je draagt zorg voor iets, je draagt een verantwoordelijkheid, je creëert iets. Tuinieren is een eeuwigdurend leerproces.

Stadstuinieren is empowerment: je neemt een deel van de voedselproductie in eigen handen. Je bepaalt zelf welke meststoffen en bestrijdingsmiddelen je gebruikt.30 Je gaat op een voetbreed aarde je eigen strijd aan tegen invloedrijke landbouwconcerns en voedingsbedrijven.

Voedzame tuinen

Stadsmensen zijn weleens vervreemd van vers voedsel. Het enige contact met de voedselproductieketen hebben ze in ‘gesaneerde supermarkten’ met hun kleurrijke verpakkingen, die ze wekelijks per (winkel)wagen bezoeken.31 De steeds groeiende afstand tussen voedsel en consument liep parallel met sedentarisme, obesitas en leefstijlziekten.

Tuinieren kan breken met deze trend. Kinderen en studenten de als klein kind getuinierd hebben, eten meer groenten.32,33 Schooltuinen kunnen daarom een zeer grote invloed hebben op het eetpatroon. Kinderen leren van jongs af aan wat voedzaam is en hoe je gezond moet koken, en dat nemen ze mee voor de rest van hun leven. De kennis kunnen ze zelfs mee naar huis nemen om hun ouders op te voeden.32

Australische onderzoekers bezochtend 23 schooltuinen en vonden er een totaal aan 234 plantensoorten en rassen.32 Per tuin stonden ongeveer 60 verschillende planten onder beheer. Diverse kleine experimenten uit de VS bevestigen dat tuinier- en kooklessen in de lagere school consumptie van, en kennis over groenten inderdaad verbetert.34,35,36 In Nieuw-Zeeland is aanwezigheid van een schooltuin gerelateerd met een lagere BMI van de kinderen.37 In het bijzonder lage-inkomensgroepen kunnen van stadslandbouwprojecten profiteren om gezonder te gaan eten.38,39

Vervuiling?

Een stad is niet de schoonste plek om groenten te kweken. Bodems bevatten vaak onaanvaardbare concentraties lood afkomstig van verbranding van benzine. Industriële bedrijvigheid heeft dan weer gezorgd voor verontreiniging met andere zware metalen: arseen, kwik, cadmium ... Dramatisch is dit niet: de inname van lood via groenten geteeld op een met lood verontreinigde bodem bedraagt 25 % van het lood dat via drinkwater ingenomen wordt.42

Bodems die erg verontreinigd zijn, kunnen gesaneerd worden, maar dat zijn dure ingrepen. Aarde moet afgeschraapt en afgevoerd worden, om er verse aarde in de plaats voor te kieperen. Een andere methode is de verontreinigde bodem af te dekken en de teelt op verhoogde percelen van verse grond beginnen. Fytoremediëring, het capteren van lood via loodminnende planten, is een langzaam en inefficiënt proces.42

Bovendien zijn alle probleem daarmee niet van de baan. Lood kan ook op de plant terecht komen via fijnstof, dat door het verkeer steeds opnieuw opgewaaid. Omploegen van een verontreinigde bodem zal ook fijn stof doen opwaaien, en dat doet de stadslandbouwer zeker geen goed. Beter is om niet te ploegen en om de bodem af te dekken met een laag organisch materiaal (mulch). Dit beschermt ook tegen uitdroging.42 Het afspoelen van stadsgroenten kan een aanzienlijk deel van de verontreiniging wegnemen (10 tot 30 % voor zware metalen en PAH’s).

Een humusrijke bodem en het strooien van fosfaat kan de beschikbaarheid van lood voor planten verder doen dalen. In fruit zal niet zo veel lood terechtkomen, maar bepaalde eenjarige planten kunnen behoorlijk wat lood opnemen (koriander, munt).42 Gewaskeuze kan dus het verschil maken.

Landbouw vraagt om water. In de VS gaat nu al 40 tot 70 % van het drinkwater naar irrigatie van tuinen en grasperkjes. Waterbeheer zal dus preciezer moeten gebeuren. Niet alle planten hebben evenveel water nodig en planten kunnen ook druppelsgewijs geïrrigeerd worden. Regenwater kan opgevangen worden, behalve de eerste ‘batch’. Want wanneer het even niet geregend heeft, kan de eerste stroom van regenwater te veel bacteriën van uitwerpselen van vogels en fijn stof bevatten. Die eerst batch moet weggegooid worden (dat is technisch goed haalbaar), de rest van het regenwater is voldoende schoon.42

Daarnaast moet een perceel omringd zijn met bufferzones, die overtollig regenwater na een hevige regenbui opvangen afkomstig van wegen of parkings. In die bufferzones kunnen bomen geplant worden die het binnenwaaien van fijn stof belemmeren.

Groenten uit de stad zijn niet vervuild

Hoe schadelijk die stadsvervuiling is, moet nog goed onderzocht worden. Groenten, vlees en melkproducten van het platteland zijn veelal ook behandeld met diverse chemicaliën, tenzij biologisch geteeld.44 Gewassen geteeld op daken van Helsinki of New York bleken geen hogere gehaltes van zware metalen of PAH’s te bevatten dan groenten uit de winkel.45,46 Een studie uit Berlijn vond ook normale concentraties van lood, cadmium, zink, chroom, nikkel en koper in gewassen geteeld op grondniveau.47 Een barrière (gebouwen, bomen) lijkt inderdaad te helpen om concentraties te verlagen.

De dure stad

Last but not least, de grondprijzen maken van stadslandbouw een economisch onhaalbare zaak. Het beleid moet dus veranderen en meer ruimte bestemmen voor landbouw.43 De vraag is immers groot: in het Verenigd Koninkrijk zijn de wachtlijsten voor volkstuintjes gestegen van 13.000 naar 100.000 sinds de jaren negentig.20

Mensen zitten dus te wachten om hun handen uit de mouwen te steken!

Referenties: 
  1. FAO Food for the Cities, Multidisciplinary Initiative. Food, Agriculture and Cities. The challenges of food and nutrition security, agriculture and ecosystem management in an urbanizing world. ftp://ftp.fao.org/docrep/fao/012/ak824e/ak824e00.pdf

  2. Peen J, Schoevers RA, Beekman AT et al. The current status of urban-rural differences in psychiatric disorders. Acta Psychiatr Scand. 2010 Feb;121(2):84-93

  3. Maas J, Verheij RA, Groenewegen PP et al. Green space, urbanity, and health: how strong is the relation? J Epidemiol Community Health. 2006 Jul;60(7):587-92

  4. Groenewegen PP, van den Berg AE et al. Vitamin G: effects of green space on health, well-being, and social safety. BMC Public Health. 2006 Jun 7;6:149

  5. Lee AC, Maheswaran R. The health benefits of urban green spaces: a review of the evidence. J Public Health (Oxf). 2011 Jun;33(2):212-22

  6. Park S, Kwan SL, Ki-Cheol S. Determining exercise intensities of gardening tasks as a physical activity using metabolic equivalents in older adults. HortSci. 2011; 46:1706-10

  7. Wells NM, Myers BM, Henderson CR Jr. School gardens and physical activity: a randomized controlled trial of low-income elementary schools. Prev Med. 2014 Dec;69 Suppl 1:S27-33

  8. Lêng CH, Wang JD. Long term determinants of functional decline of mobility: an 11-year follow-up of 5464 adults of late middle aged and elderly. Arch Gerontol Geriatr. 2013 Sep-Oct;57(2):215-20

  9. Lêng CH, Wang JD. Daily home gardening improved survival for older people with mobility limitations: an 11-year follow-up study in Taiwan. Clin Interv Aging. 2016 Jul 15;11:947-59

  10. Nicklett EJ, Anderson LA, Yen IH. Gardening activities and physical health among older adults: A review of the evidence. J Appl Gerontol. 2016 Jun;35(6):678-90

  11. Mason MC. Gardening your way to health. Nurs Stand. 2016 Aug 3;30(49):24-6

  12. Burton E, Lewin G, Boldy D. Physical activity preferences of older home care clients. Int J Older People Nurs. 2015 Sep;10(3):170-8

  13. Spees CK, Joseph A et al. Health behaviors and perceptions of cancer survivors harvesting at an urban garden. Am J Health Behav. 2015 Mar;39(2):257-66

  14. Fillon M. Home gardening: an effective cancer therapy. J Natl Cancer Inst. 2014 Nov 23;106(11). pii: dju391

  15. Blake M, Mitchell G. Horticultural therapy in dementia care: a literature review. Nurs Stand. 2016 Jan 20;30(21):41-7

  16. Kamioka H, Tsutani K, Yamada M et al. Effectiveness of horticultural therapy: a systematic review of randomized controlled trials. Complement Ther Med. 2014 Oct;22(5):930-43

  17. Marsh P, Spinaze A. Community gardens as sites of solace and end-of-life support: a literature review. Int J Palliat Nurs. 2016 May;22(5):214-9

  18. Fieldhouse J. The impact of an allotment group on mental health clients’ health, well-being and social networking. Br J Occup Ther 2003; 66:286-96

  19. Waliczek TM, Zajicek JM, Lineberger RD. The influence of gardening activities on consumer perceptions of life satisfaction. HortScience 2005;40:1360-5

  20. Wood CJ, Pretty J, Griffin M. A case-control study of the health and well-being benefits of allotment gardening. J Public Health (Oxf). 2016 Sep;38(3):e336-e344

  21. Van Den Berg AE, Custers MH. Gardening promotes neuroendocrine and affective restoration from stress. J Health Psychol. 2011 Jan;16(1):3-11

  22. Hawkins JL, Thirlaway KJ et al. Allotment gardening and other leisure activities for stress reduction and healthy aging. HortTech. 2011; 21:577-585

  23. Clatworthy J, Hinds J, Camic PM. Gardening as a mental health intervention: a review. Ment Health Rev J. 2013; 18(4):214-225

  24. Hawkins JL, Mercer J,Thirlaway KJ et al. “Doing” gardening and “being” at the allotment site: exploring the benefits of allotment gardening for stress reduction and healthy aging. Ecopsychology. Jun 2013, 5(2): 110-125

  25. Brown VM, Allen AC et al. Indoor gardening older adults: effects on socialization, activities of daily living, and loneliness. J Gerontol Nurs. 2004 Oct;30(10):34-42

  26. Fieldhouse J. the impact of an allotment group on mental health clients' health, wellbeing and social networking. British Journal of Occupational Therapy July 2003 vol. 66 no. 7 286-296

  27. Bishop R, Purcell E. The value of an allotment group for refugees. The British Journal of Occupational Therapy. 2013; 76(6):264-269

  28. Jacob JA. Exercise and gardening programs as tools to reduce community violence. JAMA. 2015 Oct 13;314(14):1435-7

  29. Infantino M. Gardening: a strategy for health promotion in older women. J N Y State Nurses Assoc. 2004 Fall-2005 Winter;35(2):10-7

  30. Wright SD, Wadsworth AM. Gray and green revisited: a multidisciplinary perspective of gardens, gardening, and the aging process. J Aging Res. 2014;2014:283682

  31. Guitart DA, Pickering CM, Byrne JA. Color me healthy: food diversity in school community gardens in two rapidly urbanising Australian cities. Health Place. 2014 Mar;26:110-7

  32. Evans A, Ranjit N et al. Previous gardening experience and gardening enjoyment is related to vegetable preferences and consumption among low-income elementary school children. J Nutr Educ Behav. 2016 Oct;48(9):618-624.e1

  33. http://www.newswise.com/articles/gardening-as-a-child-may-lead-college-s...

  34. Bontrager Yoder AB, Liebhart JL et al. Farm to elementary school programming increases access to fruits and vegetables and increases their consumption among those with low intake. J Nutr Educ Behav. 2014 Sep-Oct;46(5):341-9

  35. Evans A, Ranjit N, Rutledge R et al. Exposure to multiple components of a garden-based intervention for middle school students increases fruit and vegetable consumption. Health Promot Pract. 2012 Sep;13(5):608-16

  36. Robinson-O'Brien R, Story M, Heim S. Impact of garden-based youth nutrition intervention programs: a review. J Am Diet Assoc. 2009 Feb;109(2):273-80

  37. Utter J, Denny S, Dyson B. School gardens and adolescent nutrition and BMI: Results from a national, multilevel study. Prev Med. 2016 Feb;83:1-4

  38. Quandt SA, Dupuis J, Fish C et al. Feasibility of using a community-supported agriculture program to improve fruit and vegetable inventories and consumption in an underresourced urban community. Prev Chronic Dis. 2013 Aug 15;10:E136

  39. Keim NL, Forester SM et al. Vegetable variety is a key to improved diet quality in low-income women in California. J Acad Nutr Diet. 2014 Mar;114(3):430-5

  40. Capon AG, Synnott ES, Holliday S. Urbanism, climate change and health: systems approaches to governance. N S W Public Health Bull. 2009 Jan-Feb;20(1-2):24-8

  41. Doick KJ, Peace A, Hutchings TR. The role of one large greenspace in mitigating London's nocturnal urban heat island. Sci Total Environ. 2014 Sep 15;493:662-71

  42. Wortman SE, Lovell ST. Environmental challenges threatening the growth of urban agriculture in the United States. J Environ Qual. 2013 Sep;42(5):1283-94

  43. Angotti T. Urban agriculture: long-term strategy or impossible dream?: Lessons from Prospect Farm in Brooklyn, New York. Public Health. 2015 Apr;129(4):336-41

  44. Armar-Klemesu M Urban agriculture and food security nutrition and health. Thematic paper 4. In: Bakker, N. et al. (Eds.), Growing Cities, Growing Food: Urban Agriculture on the Policy Agenda. (2001) DSE, Fefdafing

  45. Gelman VL. Rooftop vegetables and urban contamination: trace elements and polycyclic aromatic hydrocarbons in crops. Master’s thesis (2014)

  46. Arky J, Baxt A, Kong AYY. Nutrient and heavy metal profiles of lettuce grown in biochar-amended: rooftop growing media in New York City. A scientific poster presented at a Senior Thesis Poster Session at the Columbia Program in Sustainable Development, the Earth Institute at Columbia University, New York, NY, April 2012

  47. Säumel I, Kotsyuk I, Hölscher M et al. How healthy is urban horticulture in high traffic areas? Trace metal concentrations in vegetable crops from plantings within inner city neighbourhoods in Berlin, Germany. Environ Pollut. 2012 Jun;165:124-32

  48. Alaimo K, Beavers AW et al. Amplifying Health Through Community Gardens: A Framework for Advancing Multicomponent, Behaviorally Based Neighborhood Interventions. Curr Environ Health Rep. 2016 Sep;3(3):302-12

  49. van den Berg AE, van Winsum-Westra M et al. Allotment gardening and health: a comparative survey among allotment gardeners and their neighbors without an allotment. Environ Health. 2010 Nov 23;9:74

Verschenen in: 
Voedingsgeneeskunde, jaargang 17 (2016), nummer 6