Back to top

Kan biologische landbouw de wereld voeden?

De minachting tegenover biologische landbouw (biolandbouw) is altijd groot geweest, en nog steeds beweren beleids- en opiniemakers dat biolandbouw vooral een bezigheid is van ideologen. ‘De opbrengst van biolandbouw is lager, dus daarmee gaan we de wereld zeker niet voeden’, zo redeneren critici. Onterecht: biolandbouw heeft vele troeven die het nadeel van lagere opbrengst soms compenseren. We kunnen veel leren van de biolandbouw, al heeft de biolandbouw zelf nog veel te leren.

Biolandbouw brengt 8 tot 25 % minder op dan conventionele landbouw. Vooral voor tarwe en fruitteelt zijn de opbrengsten veel lager (-37 %), maar voor rijst, soja en maïs is de kloof niet zo groot (-6 tot -11 %).

Hieronder som ik de potentiële voordelen op van biolandbouw. Sommige voordelen zijn niet inherent aan biolandbouw, er is dan geen enkele goede reden waarom conventionele landbouw dezelfde voordelen niet zou hebben. Andere voordelen hangen af van de context (bodem, klimaat, consument). Of deze voordelen het verschil in opbrengst compenseren, is een andere vraag.

Voordeel 1: geen pesticiden

Biologische voeding bevat nagenoeg geen residu’s van pesticiden. Kinderen die biologische voeding eten, hebben minder pesticide-metabolieten (orgaanfosfaat) in de urine. De impact van pesticiden op onze gezondheid is nog onduidelijk, dat geldt ook voor bepaalde ‘natuurlijke pesticiden’ die in de biolandbouw toegelaten zijn. Laat duidelijk zijn dat er wel degelijk onrustwekkende studies bestaan, vooral als het gaat over prenatale blootstelling en ontwikkelingsstoornissen.

Bovendien zijn het de landbouwers die ermee in contact komen. Jaarlijks zouden 1 miljoen landbouwers ziek worden of overlijden door omgang met pesticiden.

Voordeel 2: voedzamer

Over ‘bio is gezonder’ wordt erg schamper gedaan, maar studies kunnen bevestigen dat biologische voeding voedzamer is. Over dit onderwerp zijn er al 15 overzichtsstudies verschenen de laatste jaren: 12 daarvan bevestigen die stelling. Wel is het twijfelachtig dat verschillen in voedzaamheid betekenisvol zijn. Kort gezegd: gezonde voeding begint met groenten, niet zozeer met biogroenten.

Voordeel 3: antibiotica

De kwestie van antibioticaresistentie staat hoog op de agenda van de Wereldgezondheidsorganisatie. Een belangrijke oorzaak ligt bij het ongebreidelde antibioticagebruik in de veeteelt, vaak louter preventief toegediend. Biolandbouw staat er weigerachtig tegenover: ze worden enkel ingezet om zieke dieren te behandelen. Volgens een studie hadden conventioneel gekweekte kippen en varkens 33 % meer kans op besmet te zijn met antibioticaresistente bacteriën.

Voordeel 4: bodembeheer

Biolandbouw investeert in bodemkwaliteit. De biologische aanpak verhoogt bodemkoolstof en gaat erosie (het afspoelen van de nutriëntrijke toplaag) tegen. Dat er in de biolandbouw meer geploegd moet worden (dus hoger gebruik van fossiele brandstoffen) is volgens Seufert et al. een ongenuanceerde bewering.

Voordeel 5: veerkracht

Soms boert biolandbouw beter dan conventionele landbouw, bijvoorbeeld tijdens periodes van droogte. De bodems die door biolandbouwpraktijken bebouwd worden, hebben een hogere watercapaciteit omdat ze meer organische stof (humus) bevatten. Langere droogteperiodes zijn een van de uitdagingen die klimaatverandering met zich meebrengt.

Voordeel 6: milieu-impact

Biolandbouw scoort op vele vlakken beter dan conventionele landbouw. De biodiversiteit is hoger, zowel voor planten als dieren. Er is zijn meer insecten die voor bestuiving en voor natuurlijke pestcontrole zorgen. Biologische landbouwpraktijken verminderen de uitstoot van distikstofoxide en ammoniak per vierkante meter. Veel van verlies aan ecologisch systeem is te wijten aan degradatie van grondwater, ook dat kan verhinderd worden met verstandigere praktijken.

De conventionele landbouw brengt hoge en onverantwoorde milieukosten met zich mee, en buiten de toekomstige generatie is er niemand die de rekening betaalt. In de UK heeft men becijferd dat biolandbouw de externe milieukosten met 75 % doet dalen.

Voordeel 7: winstgevender

Biologische landbouw is 22 tot 35 % winstgevender, omdat de consument bereid is om er een meerprijs voor te betalen. Die meerprijs hoeft zelfs niet zo hoog te zijn om te kunnen concurreren: bioproducten hoeven maar 5 tot 7 % meer te kosten om break even te zijn met conventionele producten.

De arbeidskosten op een biolandbouwbedrijf zijn typisch hoger, maar de gemiddelde kosten zijn van dezelfde ordegrootte. Conventionele landbouw is er wel in geslaagd om meer te produceren met minder mankracht. Echter, extra arbeid creëert meer banen, en dat kan economisch even goed interessant zijn.

Voordeel 8: diversiteit

Een van de pijlers van biolandbouw is rotatie- of wisselteelt. Omdat wisselteelt wordt toepast is de biolandbouw verplicht om meerdere gewassen in te zetten. Productie van meerdere gewassen verlaagt ook de kwetsbaarheid van bioboeren voor calamiteiten. Een periode van droogte zal impact hebben om een gewas, maar niet noodzakelijk op de andere. Een misoogst kan op een monocultuurbedrijf fataal zijn.

Voordeel 9: socialer

Biolandbouwbedrijven zijn beter verankerd in de maatschappij. Er is meer interactie tussen landbouwer en consument. Er is ook meer coöperatie tussen bioboeren. Bioboeren zijn meer begaan met de arbeidsvoorwaarden van werknemers en houden meer rekening met dierenwelzijn.

Ja, biolandbouw kan de wereld voeden

De lagere opbrengst, dat is echt het probleem niet, zullen voorstanders zeggen. Willen we de wereld voeden, dan kijken we beter naar ongelijkheid: 600 miljoen aardbewoners zijn obees (bijna twee miljard kampt met overgewicht) en 800 miljoen mensen zijn ondervoed. De keuze voor minder vlees en meer plantaardig zal zowel het klimaat als de wereldgezondheid goed doen.

Bovendien is dit een feit: conventionele landbouw is niet duurzaam en moet veranderen. Anders geformuleerd: biolandbouw heeft op dit moment meer bestaansrecht dan conventionele landbouw, omdat het laatste model leidt tot uitputting van fossiele brandstoffen en meststoffen.

Nee, biolandbouw is niet zaligmakend

Biolandbouw heeft vele troeven maar studies leren ons dat die troeven in de praktijk niet altijd waargemaakt worden. Studies tonen ons vooral een sterke variabiliteit in milieu-impact tussen landbouwmodellen. De verminderde opbrengst blijft dikwijls een pijnpunt. Mindere opbrengst betekent dat biolandbouw meer areaal nodig heeft om evenveel te produceren. Meer landbouwareaal betekent minder areaal voor natuurlijke ecosystemen.

Nog een pijnpunt is dat biolandbouw een westers luxegoed is. Driekwart van de biolandbouwers bevindt zich in lage-inkomenslanden, terwijl 96 % van alle biovoeding in westerse landen verkocht wordt. Voor bijvoorbeeld Chinese soja is transport verantwoordelijk voor 50 % van de CO2-uitstoot, terwijl de productie van biosoja zelf minder CO2 uitstoot dan conventionele sojateelt.

Biolandbouw gaat wel vaak samen met eerlijke handel en westerse bioboeren kunnen gemakkelijker hun producten kwijt via de lokale markt.

Het hangt er van af

De biolandbouw scoort meestal beter voor impact per hectare, maar dikwijls minder voor impact per product. Dit is een gemiddelde. Talloze scenario’s zijn dus denkbaar waar biolandbouw de conventionele landbouw aftroeft of waar biolandbouw – bijvoorbeeld een bedrijf dat het industriële landbouwmodel nabootst – zelfs milieuonvriendelijker is dan conventionele landbouw. Voor vele parameters kennen we de ecologische impact nauwelijks, dus een berekening van het totale plaatje is eigenlijk onmogelijk.

Onfaire behandeling van biolandbouw

Naar schatting gaat er globaal een kleine 50 miljard dollar per jaar naar onderzoek rond voeding en landbouw. Daarvan druppelt minder dan 1 % naar biolandbouw. Met andere woorden, bioboeren moeten geen hulp verwachten van academici, ze moeten zelf maar innoveren en kennis vergaren. Biolandbouw moet het ook nog opboksen tegen de kapitaalkrachtigere industriële landbouw en de agrochemie. Tegen biolandbouw is er ook een sterke culturele bias.

Biolandbouw vergt meer kennis. Dat dit relevant is voor de prestaties, bewees Seufert et al. in een studie die Nature in 2012 uitbracht. Die vond dat de opbrengstkloof tussen biolandbouw en conventionele landbouw smaller werd naarmate er in beide systemen best practices toegepast werden.

Bedenk daarbij dat het grootste deel van al het zaai- en plantgoed dat bioboeren gebruiken, op maat is gemaakt van de industriële landbouw. Gebruik van aangepaste gewasvariëteiten en betere kennis van zaken zou dus de opbrengstkloof verder kunnen verkleinen.

De toekomst

Critici en voorvechters van biolandbouw lijken elk een andere realiteit te beschrijven. Welke zijde het meest aan het rechte eind zit, weet voorlopig niemand omdat elke studie onvolledig is en omdat ecologie een zo complexe wetenschap is. Biolandbouw maakt verantwoorde keuzes en probeert antwoorden te bieden op de problematiek van klimaatverandering. Waarom wordt dit niet meer toegejuicht? Maar biolandbouw heeft ook begrijpelijkerwijs vele tekortkomingen. Ook al is het ideale landbouwmodel niet de biolandbouw zoals die van vandaag de dag, het zal vooral de conventionele landbouw zijn die zal moeten veranderen.

Verantwoording van de bronnen

Voor dit artikel heb ik beroep gedaan op vier reviews. Organic agriculture in the twenty-first century was een erg positieve beoordeling van biologische landbouw, terwijl Many shades of gray meer kritische afwegingen maakte. Meier et al. keken niet alleen naar de productie (oogst) maar ook naar transport en verwerking van voedingsmiddelen. De vierde review was een weergave van een lezing op een congres over duurzame voeding en voedelvoorziening.

Seufert V, Ramankutty N. Many shades of gray—The context-dependent performance of organic agriculture. Sci Adv. 2017; 3:e1602638

Reganold JP, Wachter JM. Organic agriculture in the twenty-first century. Nat Plants. 2016 Feb 3;2:15221

Niggli U. Sustainability of organic food production: challenges and innovations. Proc Nutr Soc. 2015 Feb;74(1):83-8

Meier MS, Stoessel F et al. Environmental impacts of organic and conventional agricultural products--are the differences captured by life cycle assessment? J Environ Manage. 2015 Feb 1;149:193-208

Seufert V, Ramankutty N, Foley JA. Comparing the yields of organic and conventional agriculture. Nature. 2012 May 10;485(7397):229-32

Verschenen in: 
Voedingsgeneeskunde, jaargang 18 (2017), nummer 5